donderdag 7 februari 2013

College Franse chansons


Als meisje dat in 1968 geboren is, nadat ze in 1967 in Parijs verwekt is en daarom een Franse naam draagt - dat heb ik me tenminste laten vertellen -, kon ik natuurlijk niet ontbreken in het publiek van het college over Franse chansons door de onvolprezen Bart van Loo (ik schreef al eerder over hem en zijn boek).

De aanleiding: de vakgroep Frans van de universiteit van Nijmegen had het formidabele idee opgevat om een collegereeks over Parijs te gaan geven en die af te trappen met een college over het Franse chanson (in Parijs) door Bart van Loo en bij toeval (niets kan immers verborgen blijven) was ik daar op gestuit. Me meteen ingeschreven natuurlijk en ook @heleen70 even verwittigd, want een dergelijk college zou haar nóg meer dan mijzelf aanspreken; zij heeft immers Frans gestudéérd om die liedjes!

En de lezing was zoals verwacht swingend en gepassioneerd en begon verrassend genoeg helemaal niet met een Franse chanson - die klonken wel volop vóór het college om de gemoederen alvast een beetje op te warmen - maar met The sultans of swing van de Dire Straits. Want puber Bart was gelijk zijn leeftijdsgenoten tot zijn zestiende helemaal into de Engelstalige muziek. Totdat, totdat zijn leraar Frans met zijn blauwe jasje uit zijn rode tas een witte cassette (voel je de symboliek?) haalde en Je l'aime à mourir van Francis Cabrel liet klinken. Bart was verkócht en raakte uiteindelijk als geen ander verknocht aan het Franse chanson.


Het volgende project was Jacques Brel. Brel is als goede wijn, hield Van Loo ons voor; eerst vind je het misschien niet eens zo heel lekker, maar met de jaren gaat-ie steeds beter smaken. Mais oui! Zijn vriendin heeft hij in elk geval versierd met het Jacques Brelspel (dat nota bene niet eens bestaat, maar ook wij moesten eraan geloven.....)

Oh là là, we moesten naar Parijs. Yves Montand komt erbij en 'als Yves Montand de weg wijst, wie zijn wij dan om hem niet te volgen'? We belanden op de Pont Neuf, bekijken de Notre Dame, stuiten op Karel de Grote ('een massamoordenaar met goede smaak') en belanden zo bij het liedje Sacré Charlemange van France Gall, dat een soort van aanklacht is tegen de school, het instituut dat Karel uitgevonden zou hebben. Meteen grote ogen bij de scholieren, die ook de zaal zaten en die Van Loo er charmant bij betrok, zoals hij elke leeftijdsgroep even persoonlijk benaderde. Bijvoorbeeld de studenten toen hij een studente op de eerste rij benaderde met 'juffrouw, ik heb voor u een liedje geschreven', om aan te geven wat de manier was voor Serge Gainsbourg om de mooie dames te versieren met slechts één zin. Het miste z'n effect niet, het meisje werd knalrood en dat was precies de bedoeling. Een moment om over te gaan tot de sucette, de lolly (oftewel lekstok in het Vlaams), volgens Van Loo geen onschuldig likstokje in het liedje dat hij voor France Gall schreef, maar een lofzang op de orale liefde.

 
 Hierna volgden smakelijke verhalen over Hendrik IV, Lodewijk XIV en z'n fistel ('het loont de moeite om zulke woorden op te zoeken in de Van Dale, want echt, als je vaak in de Van Dale leest, word je een gelukkiger mens') die uiteindelijk tot de oorsprong van het Engelse volkslied leidt, Waterloo ('is het je trouwens wel eens opgevallen dat oorlogvoeren vroeger meer reizen dan vechten was?') en - opnieuw - Gainsbourg en zijn omstreden raggaeversie van de Marseillaise.
 
En dan maar even wat chansons over Parijs zelf, daar moest het college immers over gaan:
- Paris, tu n'as pas changé van Georges Brassens
- Paris s'éveille van Jacques DuTronc
- Aux Champs Elysées van Joe Dassin (wat overigens een cover is van Waterloo road van Jason Crest)
Enfin, na naar aanleiding hiervan wat uitweidingen over allerlei covers heen en weer (het enige lied dat uit het Nederlands in het Frans gecoverd is, is trouwens Daar in dat kleine café aan de haven van Vader Abraham), komt het college tot een climax met de klassiekers Je t'aime moi non plus, Alexandrie Alexandra en La Bohème.
 
 
Van Loo beschrijft mooi de sfeer in het Parijs van 1968, als Je t'aime moi non plus van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat uit de luidsprekers knalt (of hijgt) en vermoedt dat iedereen daar wel een herinnering aan zal hebben, bijvoorbeeld ook professor Schuerewegen (de organisator van de cursus), die er, zoals hij meent te zien, met twinkeloogjes aan terugdenkt....
 
En daarna mag, nee moét de zaal meedoen met het oergeluid en bijbehorende armbewegingen uit het disconummer Alexandrie Alexandra van Claude François. 'Dat ik dat ooit op een universiteit tegen betaling mocht doen!', zegt hij met zichtbaar plezier achteraf.
 
En natuurlijk sluit hij af met La Bohème en de act met de zakdoek.
 

C'était formidable.
 
Toen ik thuiskwam heb ik meteen een plaat van Jacques Brel opgezet, een fles wijn opengetrokken, en mezelf voor m'n kop geslagen dat ik geen Frans ben gaan studeren.

Geen opmerkingen: